<Vorige]  ['De Kolom' index]  [Volgende>

De Kolom logo spacer
spacer [Klik hier voor print-versie
spacer
spacer 89:  Arthur
5-4-2011
spacer spacer

Treintje rijden

De mooiste sportuitvinding van de laatste jaren is de team pursuit op de schaats. Eén ijsbaan, twee teams van drie schaatsers, acht rondjes. Het snelste team wint. En het is prachtig. De sterkste in een team moet zich inhouden, want alledrie moeten mee. Een treintje vormen en overpakken. Anders kun je niet drie kilometer lang sprinten. De Canadezen zijn subliem, zo dicht rijden ze op elkaar, zo harmonieus in dezelfde slag. Links...rechts...links...rechts. En in de bocht: tak-tak-tak-tak-tak-tak. In de bochten maak je extra snelheid, op de rechte einden hou je tempo en herstel je wat.

Als je zelf in groepjes schaatst, weet je hoe fenomenaal dat voelt. Op de Vechtsebanen sluit ik vaak bij een snelle trein aan. De buitenste baan is altijd vol met lessers en beginners, hoe meer richting binnenbaan, des te harder je rijdt (moet rijden). Nog niet helemaal in de binnenbaan rijden langzame treintjes, een minuut per rondje. Blijft over een strookje ijs van een meter breed. En daar schaatsen wij. Links...rechts...links...rechts. We lopen in op het langzame treintje, onze voorste vrouw roept alvast "o-hoo!", het schaatsers equivalent van een fietsbel. Halverwege het rechte eind komen we langszij bij het langzame treintje, we naderen de bocht, twee treintjes naast elkaar op de binnenbaan. 't Is niet breed. De voorste schaatsers gaan de bocht in, overstappen, tak-tak-tak-tak. Ondertussen halen we gestaag het langzame treintje steeds verder in. Ik zet de bocht in, rechter heup omlaag, bovenlijf de bocht in, rechter schouder omlaag. Klap-klap doen mijn schaatsen. Rechts van me andere schaatsers uit de andere trein druk klappend, onder me een smal strookje ijs, voor me een rug die ik blind volg, veel meer zie ik niet, achter me iemand die mijn rug volgt, in hetzelfde ritme als ik, en links van me... niks, een betonnen rand, niet iets waar je op kunt schaatsen in elk geval. Tak-tak-tak-tak, ritmisch en rustig je klappen afmaken, we maken meer en meer snelheid. Ik ben de bocht uit, de langzame trein zijn we voorbij, even de breedte om heerlijk wijd uit rustige slagen te maken. We naderen de bocht alweer, vooraan wordt weer 'o-hoo!' geroepen.

File rijden is niet leuk, maar treintje rijden is geweldig. Op de fiets win je zo 10km/u extra dankzij het uit de wind rijden. Pas reden fietsmaat JW en ik bij de bossen van Leersum. Drie fietsers passeren ons. Allemaal leuk en aardig, maar stiekem is dat het enige dat anderen eigenlijk niet mogen: ons inhalen. Met hun carbon frame'pjes en blote benen bij 12 graden... Amateurs. Een stemmetje in me zegt, 'versnellen!', maar we zouden een rustig trainingsrondje doen, dus laat maar gaan. Op de Amerongse berg zien we ze weer opdoemen aan de horizon. We lopen op ze in. Zie je wel, te vroeg gepiekt. Ik haal de eerste in, een dikkerd. De tweede, die rijdt al kransje 25 achter, 't is geen Limburg, jongen! Ik zet extra aan, even versnellen mag best. 7%, begin van het seizoen. Een warme gloed trekt in m'n spieren. In september reed ik hier nog 5km harder omhoog... JW rijdt verderop voor me, pal achter hem die gast met dat carbon frame. Hij zet aan om JW te pakken. Ho! Alles voor de teamgeest. Ik knijp m'n stuur fijn, lijf omlaag, en laat die benen het werk maar doen. Ik loop snel in, net als eerste boven. Hartslag 191. Lekker.

We laten het drietal achter ons, en draaien na Amerongen de Lekdijk op. Even het lijf strekken. Snelle Jelle oppeuzelen, ademhaling snuivend door de neus met zo'n volle mond. Slokje Isostar, en even rustig koersen op de dijk. Achter elkaar, geen geklets meer nu. Netjes 100 rpm draaien, het lijf plat, neus in de wind. Verrek, die drie weer achter JW in ons wiel. Ze zien maar. JW pakt over, haalt me langzaam in, in m'n ooghoek zie ik: voorwiel, lijf, achterwiel. Ik wil weer in z'n wiel schuiven.. en.. nog een voorwiel. Ah! Da's attent, de heren willen meedraaien. Langzaam glijden drie fietsen me voorbij, en dan schuif ik in het laatste wiel. Even hartslag laten zakken, en we rijden nog steeds 35. JW tikt even met z'n linker elleboog en we draaien weer een slagje door. De voorste gooit hem op de kant, terwijl we zijwind van links hebben. Een zwaar verzet rijdt 'ie ook, een echte stoemper! Zo kunnen we niet waaieren. Z'n maat corrigeert hem, 'NAAR HET MIDDEN!'. Als een machientje schuiven de tweede, derde, ik en JW schuin achter eenieders voorganger, maximaal uit de wind. We draaien weer, en we draaien weer, kop-over-kop. Dan pak ik weer over. Wow! Die windkracht vier tegen. Op kousevoeten versnel ik wat, 38 gaan we nu, het treintje volgt.

Wijk bij Duurstede in zicht, over de klinkertjes, langs de pont, over de sluizen, en weer Lekdijk. Schuin mee. Na Houten hebben we 30 km gereden op gemiddeld 35 per uur, da's best hard met deze wind. De stoemper heeft al een poosje niet overgepakt en het carbon frame past nu ook even. Twee kilometer voor het eind pakt JW over van me, en die van het carbon frame in z'n wiel. Overpakken doet 'ie niet meer. Nog een kilometer. Ondertussen koerst JW vlot door met 40 in het uur. Sympathiek. Nog 500 meter. Monsieur carbon wijkt iets naar links. Nog 300 meter. Ik schakel stilletjes twee tandjes op. Dan zet Monsieur carbon aan, haalt JW in. Nog 200 meter. Ik zet vol aan, gewoon hard dat kransje 12 rondtrappen. Eén voorbij, twee voorbij, gewonnen! Voor het team.

We suizen het viaductje bij Vechten door, de benen stil. Ik hijg uit als een locomotiefje. Eigenlijk hebben de drie attent meegekoerst, we hadden een mooi treintje van vijf, leuk. JW en ik buigen af, ik zwaai naar de anderen. Ze groeten terug. Ik ken ze verder niet, we hebben het hele stuk geen woord gewisseld.